Het verhaal van Armand

"Op 30 december 2015 werd ik voor de allereerste keer vader! En wel van een prachtige dochter. Kort daarrna eindigde mijn relatie. Helaas, omdat sinds dat moment het contact met mijn dochtertje hieronder sterk heeft geleden. Dit was in het begin nog niet zo. Tot februari 2016 bleef mijn dochtertje van 2 maanden oud hele weken bij mij, met zes nachten overnachting achtereenvolgens als absoluut hoogtepunt. Toen ik weigerde de relatie met mijn ex te herstellen kreeg ik mijn dochtertje niet of nauwelijks nog te zien. Ik zag mij genoodzaakt op 26 april 2016 met juridische procedures te starten voor omgang en gezamenlijk gezag.

 

Vanaf juni 2016 kreeg ik omgang van twee dagen per week maar ik zag dit al als een nederlaag. Het mooiste en liefste meisje ter wereld had ik daarvoor een hele week om de 14 dagen, maar nu slechts twee dagen per week. Het liefst wilde ik gelijkwaardig ouderschap en gelijkwaardige omgang. In september 2016 werd de omgang ongewijzigd voortgezet, ondanks mijn verzoek om uitbreiding.  De omgang ging een tijdlang goed maar het gebrek aan uitbreiding bleek sterk aan me knagen. Noch mediation (in totaal 13 maal geprobeerd bij evenveel organisaties),  noch juridische procedures konden ons verder helpen. Ondertussen verdween mijn dochter op 10 juni 2017 zonder enig spoor en ondanks een omgangsregeling. Het duurde tot eind juni 2017 totdat de RvdK de moeder kon bereiken en kon achterhalen dat ze in Turkije verbleven. Maar liefst 62 dagen lang zag ik mijn dochtertje niet. In totaal werden 13 omgangsmomenten niet nagekomen.  

Op 10 augustus 2017 diende mijn kort geding en werd de omgang op advies van RvdK uitgebreid. Ik zou mijn dochtertje niet alleen elk weekend, maar ook op dinsdag de hele dag tot na het avondeten bij me hebben! Vanaf de leeftijd van 2,5 jaar oud zou de omgang zelfs uitgebreid worden met een overnachting van dinsdagochtend tot woensdagavond. Ik kon een gat in de hemel springen van blijheid met het vooruitzicht van vier dagen per week. 

 

Dit rapport van Raad voor de Kinderbescherming is het meest recente rapport tot op heden. Meteen de volgende ochtend na de zitting (op 11 augustus 2017) kon ik mijn dochtertje al ophalen om 7 uur 's ochtends tot ruim na het middageten. De rechter (1) benadrukte dat ze geen aanwijzingen zag om voor de veiligheid van mijn dochtertje te vrezen bij haar vader, we de omgang altijd moesten naleven en niet op eigen initiatief mochten stopzetten, maar verbond er verder geen consequenties aan. Deze omgang van drie dagen per week met overnachting liep bijna acht maanden zonder problemen. Op 13 februari 2018 werd de omgang door rechter (2), ondanks een advies van RvdK om het aantal uur gelijk te laten maar wel compacter met drie dagen en 2 overnachtingen achtereenvolgens, teruggezet naar eens per twee weken. Een uitleg hierover heb ik nooit gehad, noch een verwijzing naar problemen gedurende de omgang want deze waren er niet.

Er is in deze situatie nooit sprake geweest van huiselijk geweld, of enige andere onwettige praktijken. Toch werd het leven van mijn 2-jarig dochtertje drastisch op haar kop gezet: elke vrijdagochtend had ze in Utrecht haar peuterclubje, samen met haar vader was ze daar wekelijks. Ze had een geweldige vriendenkring, een favoriete gitaar, en nog veel meer. Elke dinsdag had ze een peuterzwemles, ze genoot met volle teugen. En haar favoriete tijdsbestek was boeken uitkiezen en laten voorlezen door haar papa, wekelijks zaten we in de bibliotheek. In één veeg werd haar complete leven, haar complete regelmaat en rust aan de kant gezet. Het waarom heb ik nooit mogen weten. Haar lidmaatschappen betaal ik nog steeds, want het opzeggen zou betekenen dat ik me neerleg bij de situatie.

De teruggebrachte omgang werd op 25 juni 2018 tenslotte weer helemaal stopgezet, aanvankelijk door ex, vanwege vermeende "wraak-ontvoering" van mijn kant en daarna door rechter (3) die onder de indruk was van haar tranen. Laatstgenoemde wilde dat Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond het één en ander zou uitzoeken over de moeizame relatie tussen ouders alvorens omgang te herstellen. Uiteindelijk kwam JBRR met het advies om een omgang aan te houden van drie dagen met twee overnachtingen per twee weken. De omgang zou 25 september 2018 beginnen, maar mijn dochtertje bleek niet in Nederland maar in Turkije te zijn!

 

Mijn nachtmerrie van 2017 werd nogmaals werkelijkheid en allerlei mogelijke scenario's speelden in mijn hoofd. Hoe kon dit weer gebeuren? De inmenging van JBRR na de vorige ontvoering had dit juist moeten voorkomen. Dit was voor mij onbegrijpelijk, maar het werd nog erger toen op 16 oktober 2018 rechter (4) geen boodschap had aan het advies van JBRR en als omgang "eens per twee weken één uur begeleid omgang" vaststelde. Door al deze wispelturigheid ben ik de wanhoop nabij. Mijn dochtertje is anno 2018 vier jaar oud en ze heeft nog nooit mijn familie kunnen ontmoeten, ondanks mijn verzoeken hiertoe bij achtereenvolgens ex, rechters en sinds augustus 2017 bij JBRR. Het staat wel in het gezinsplan maar er worden geen actieve trajecten gebruikt om hiernaartoe te werken.

Ondertussen heeft mijn dochtertje tot op heden mijn vader c.q. haar opa nog nooit ontmoet, mijn zus c.q. haar tante nog nooit ontmoet, haar twee nichtjes c.q. de kinderen van mijn zus (waarvan eentje één jaar ouder en de andere één jaar jonger is) nog nooit ontmoet. Let op: dit zijn geen half- of pleegfamilieleden maar mijn biologische vader en zus met wie ik het plezier heb gehad om samen op te groeien. Onze droombeelden van samen opgroeiende kinderen zijn simpelweg gedwarsboomd buiten onze macht om en dit maakt mij zeer boos maar ook verdrietig dat mijn dochtertje nu opgroeit zonder haar nichtjes. Ik ben van mening dat ze later een enorme leegte zal voelen en zichzelf niet als een deel van mijn familie zal voelen terwijl ze wel de kern van mijn leven is.

 

Mijn dochtertje is waar mijn hart is, maar helaas is de omgang vrijwel nihil op dit moment terwijl ik geen uitleg krijg over waarom. Maar deze boosheid heb ik nog nooit geuit op een fysieke of verbale manier, maar het frustreert mij wel enorm. Deze opgekropte frustratie komt ongetwijfeld op een onbewuste non-verbale manier naar boven. Het verwerken blijft moeilijk omdat er steeds meer bijkomt: na de eerste ontvoering is er een tweede ontvoering geweest en zodoende heb ik de afgelopen jaren ook Vaderdag zonder kind moeten doorbrengen. Ik heb de afgelopen jaren zelfs mijn eigen verjaardagen zonder de belangrijkste persoon in mijn leven moeten doorbrengen, van vieren is derhalve geen sprake geweest. Al deze dagen waren verschrikkelijk: ik wist niet waar mijn dochtertje was, of ze (en het doet mij echt veel pijn om dit te moeten zeggen) überhaupt nog wel leefde, en of ik haar ooit nog zou kunnen zien. Het enige wat ik wist, is dat ze niet meer in Nederland was. Dit heeft een enorme impact op me gehad en ondanks al mijn inzet, is het in 2018 weer gebeurd. Mijn dochtertje werd weer meegenomen naar het buitenland en ditmaal met medeweten en zelfs goedkeuren van JBRR.

 

Het zet bij mij veel kwaad bloed. JBRR kreeg op 10 augustus 2017 de opdracht om het contact tussen mij en mijn dochter te stabiliseren. Ik citeer letterlijk uit het vonnis: "Die strijd, het wantrouwen en daarnaast het momenteel ontbreken van contact tussen de minderjarige en haar vader wordt gezien als een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van (minderjarige red.), die niet door ouders kan worden weggenomen zonder bemoeienis van buitenaf." Maar toch zie ik mijn dochtertje nu minder want dat zou in het belang van haar zijn. Dit is een reinste contradictie. Tot overmaat van ramp heeft JBRR mijn verzoek tot het vieren van de feestdagen met mijn dochter (Kerst, Oud&Nieuw en haar derde verjaardag) afgewezen en in het daaropvolgend kort geding van 17 december 2018 afgeraden. Ik heb op 20 december 2018 een e-mail gestuurd met de vraag waarom het afgeraden is, maar helaas tot op heden geen antwoord op gekregen.  Het was een unieke kans om mijn dochtertje kennis te laten maken met mijn familie en voor het eerst samen een feestdagen te vieren om haar duidelijk te maken dat ze een integraal onderdeel is van onze familie. Het mocht niet baten, want het mocht niet van JBRR maar het waarom is mij niet duidelijk. Ondertussen is de omgang thans twee uur per maand waar het nog niet zo heel lang geleden 12 dagen per maand (bijna co-ouderschap) was. Ondanks dat de rechter per vonnis onder r.o. 4.2.4 (14-12-2018) heeft aangegeven dat de omgang in opbouw is en er uitbreiding moet komen, en ondanks dat dit op 10 augustus 2017 na advies van de RvdK slechts 1,5 week duurde, duurt het nu al maanden zonder enige vooruitgang met uitzondering van een extra 15 minuten per twee weken via Skype.

 

Sinds 31 januari 2019 heeft mijn ex zelfs alle omgang gestopt, Skype zelfs al sinds 8 januari. Mails over de voortgang heb ik na januari 2019 evenmin ontvangen. Ze schermt nu met een dertien tal valse politie-aangiften die variëren van stalking tot ontvoering tot zelfs seksueel misbruik. Alles is geseponeerd en ik heb hiervoor zelfs een schadevergoeding van bijna 2000 euro ontvangen. Helaas niet van mijn ex maar van de Nederlandse Staat. Dit wil ik echter niet. Het enige wat ik wil, is een goede gelijkwaardige omgang zoals ik had van augustus 2017 tot en met februari 2018 in plaats van die paar uur per maand die ik nu heb. Dit wil ik alleen maar in het belang van mijn dochtertje omdat ze sterk behoefte heeft aan haar vader. Alle problemen die ze nu vertoont, leid ik dan ook terug naar de conclusie van zowel Raad voor de Kinderbescherming als de rechtbank: "...het momenteel ontbreken van contact tussen (minderjarige red.)en haar vader wordt gezien als een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van (minderjarige red.), die niet door ouders kan worden weggenomen zonder bemoeienis van buitenaf."

 

©Armand Sag